Op deze pagina
- Wat is het verschil tussen een brug en een implantaat?
- Wanneer is een brug een logische keuze?
- Wanneer past een implantaat beter?
- Moet een ontbrekende tand altijd vervangen worden?
- Wat kost een brug of een implantaat in 2026?
- Wat vergoedt de zorgverzekering?
- Hoe maakt u de keuze?
- Wanneer belt u ons?
- Vragen
- Verder lezen
Bij een ontbrekende tand kiest u meestal tussen een brug en een implantaat met een kroon. Een brug zit vast aan de tanden ernaast, die daarvoor meestal worden geslepen. Een implantaat laat de buurtanden met rust, maar vraagt een kleine operatie in de kaak en enkele maanden geduld.
Wat is het verschil tussen een brug en een implantaat?
Het belangrijkste verschil is waar de nieuwe tand op steunt. Een brug steunt op de tanden naast de open ruimte. Een implantaat steunt op het kaakbot.
Een brug bestaat uit kronen op de buurtanden, de pijlers, en een tussendeel dat de ontbrekende tand vervangt. Bij een gewone brug zitten de pijlers aan beide kanten. Bij een vrij-eindigende brug zitten ze aan één kant. Bij een etsbrug, ook wel plakbrug, worden metalen plaatjes aan de binnenkant van de buurtanden geplakt. Daarvoor hoeft er nauwelijks iets van de buurtanden af.
Een implantaat is een kunstwortel, meestal van titanium. Die wordt in de kaak geschroefd en groeit in twee tot zes maanden vast in het bot. Daarna komt er een kroon op. Implantaten worden geplaatst door een kaakchirurg of door een tandarts die zich in implantologie heeft bekwaamd.
| Kenmerk | Brug | Implantaat met kroon |
|---|---|---|
| Buurtanden | worden meestal geslepen, bij een etsbrug nauwelijks | blijven onaangeroerd |
| Ingreep | geen operatie | kleine operatie in de kaak |
| Tijd tot het klaar is | meestal 2 of 3 afspraken in enkele weken | 2 tot 6 maanden vastgroeien, daarna de kroon |
| Voorwaarden | stevige, gezonde buurtanden | genoeg kaakbot, gezond tandvlees, vanaf ongeveer 18 jaar |
| Schoonmaken | rand bij het tandvlees en onder het tussendeel | rand bij het tandvlees en rond het implantaat |
| Vergoeding vanaf 18 jaar | niet uit de basisverzekering | niet uit de basisverzekering, op een paar uitzonderingen na |
Wanneer is een brug een logische keuze?
Een brug is vaak logisch als de buurtanden al grote vullingen of kronen hebben. Die tanden krijgen dan een kroon die ze ook beschermt. Het slijpen kost in dat geval weinig gezond tandweefsel.
Een brug past ook als een implantaat niet goed mogelijk is. Bijvoorbeeld omdat er te weinig kaakbot is, of omdat u liever geen operatie wilt. Een brug is bovendien sneller klaar.
Zijn de buurtanden nog vrijwel gaaf, dan kan een etsbrug een tussenweg zijn. Een etsbrug is meestal ook weer makkelijk te verwijderen. Hoe het maken van een brug verloopt, leest u op de pagina kronen en bruggen.
Wanneer past een implantaat beter?
Een implantaat past vaak beter als de buurtanden gezond en gaaf zijn. U hoeft dan geen gezonde tanden te laten slijpen. Ook als er aan het eind van de tandenrij geen buurtand is om een brug op te zetten, kan een implantaat uitkomst bieden.
Wel moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan:
- Uw kaak is uitgegroeid. Dat is meestal vanaf ongeveer 18 jaar.
- Er is genoeg kaakbot. Is dat er niet, dan kan soms eerst bot worden aangevuld.
- Uw tandvlees en het kaakbot rond de andere tanden zijn gezond.
- U houdt het implantaat elke dag goed schoon.
Roken en veel alcohol hebben een nadelige invloed op het resultaat. Bespreek dat vooraf.
Moet een ontbrekende tand altijd vervangen worden?
Nee, niet altijd. Als een tand ontbreekt, kunnen de tanden ernaast gaan kantelen. De tand in de andere kaak kan in de open ruimte uitgroeien. Of dat bij u gebeurt en of het een probleem is, hangt af van de plek.
Naast een brug of implantaat bestaat er ook een uitneembare oplossing, zoals een plaatje of een frame. En soms is het verstandig om eerst te kijken of de tand nog te redden is. Lees daarvoor Wortelkanaalbehandeling of trekken?
Wat kost een brug of een implantaat in 2026?
Beide bestaan uit het honorarium van de tandarts, met een maximumtarief van de NZa, plus materiaal- en techniekkosten van het laboratorium. Die laatste hangen af van het materiaal.
Voor een brug gelden deze tarieven:
- Kroon op elke pijler: € 330,07 (code R24)
- Eerste tussendeel: € 225,05 (code R40), en voor elk volgend tussendeel € 112,53 (code R45)
- Etsbrug zonder slijpen: € 150,03 (code R60), of met slijpen: € 225,05 (code R61)
- Verdoving, als dat nodig is: € 18,75 (code A10)
Een gewone brug van drie delen kost dus twee keer € 330,07 (code R24) plus € 225,05 (code R40), meestal met verdoving, en de techniekkosten van de hele brug.
Bij een implantaat komen meer onderdelen op de rekening. Denk aan het onderzoek, het plaatsen, het implantaat zelf (€ 424,64 (code J057)), het verbindingsstuk en de kroon, met de techniekkosten. Vraag voor beide mogelijkheden een prijsopgave. Zo vergelijkt u de totale kosten. Wat daarin hoort te staan, leest u in Wanneer krijgt u een prijsopgave van de tandarts?
Wat vergoedt de zorgverzekering?
Vanaf 18 jaar vergoedt de basisverzekering een brug of een implantaat met kroon niet. Een aanvullende tandartsverzekering vergoedt soms een deel. Volgens het Ivoren Kruis vergoeden verzekeraars een kroon of brug op implantaten vaak nauwelijks. Controleer uw polis.
Onder 18 jaar vergoedt de basisverzekering kronen, bruggen en implantaten alleen bij snij- of hoektanden die nooit zijn aangelegd of door een ongeluk verloren zijn gegaan. Dat geldt tot 23 jaar, als de noodzaak voor het 18e jaar is vastgesteld. Meer over de rekening leest u op Tarieven en betalen.
Hoe maakt u de keuze?
U maakt de keuze samen met uw tandarts, op basis van uw gebit en uw wensen. Deze vragen helpen bij het gesprek:
- Hoe gezond zijn de tanden naast de open ruimte?
- Is er genoeg kaakbot voor een implantaat?
- Hoeveel afspraken zijn nodig, en hoe lang duurt het?
- Wat zijn de totale kosten en wat vergoedt mijn verzekering?
- Hoe houd ik het elke dag schoon?
Plaatst uw eigen tandarts geen implantaten, dan volgt een verwijzing naar een kaakchirurg of tandarts-implantoloog. De kroon op het implantaat kan daarna ook door een tandarts worden gemaakt, samen met een tandtechnisch laboratorium.
Wanneer belt u ons?
Een losse brug die geen pijn doet, is meestal geen spoed. Bewaar de brug, lijm hem niet zelf vast en maak een afspraak. Bel dezelfde dag bij een kloppende pijn of zwelling bij een pijler of implantaat, bij tandvlees rond een implantaat dat pus geeft, of bij een dikke wang met koorts.
Buiten werktijd belt u de dienstdoende tandarts. Hoe dat werkt, staat op de pagina spoed tandarts. Lees ook Kroon losgekomen: wat nu?
Vragen die patiënten vaak stellen
Wat is beter, een brug of een implantaat?
Geen van beide is altijd beter. Een implantaat spaart de buurtanden, maar vraagt een operatie en enkele maanden tijd. Een brug is sneller klaar en is vaak logisch als de buurtanden al grote vullingen of kronen hebben.
Hoe lang gaat een brug mee?
Volgens het Ivoren Kruis gaat een brug bij goede verzorging minstens tien jaar mee. Goed schoonmaken langs de randen en onder het tussendeel is daarbij belangrijk.
Wordt een implantaat vergoed?
Vanaf 18 jaar niet uit de basisverzekering, behalve in bijzondere gevallen zoals een zeer ernstig geslonken tandeloze kaak. Een aanvullende verzekering vergoedt soms een deel. Controleer uw polis.
Wat is een etsbrug of plakbrug?
Een etsbrug wordt met metalen plaatjes aan de binnenkant van de buurtanden vastgeplakt. Er hoeft nauwelijks iets van die tanden af. Dat kan meestal alleen als de buurtanden nog vrijwel gaaf zijn.
Moet een ontbrekende tand altijd vervangen worden?
Niet altijd. Buurtanden kunnen gaan kantelen en een tand in de andere kaak kan uitgroeien. Of dat bij u een probleem is, hangt af van de plek en bespreekt u met uw tandarts.